Translate

maandag 31 maart 2014

Oepke Bijlsma, topkapper te Diemen



Zaterdagochtend, iets voor half negen. Het winkelcentrum in Diemen is nog vrijwel leeg. De Turkse groenteboer vult zijn schappen, de verkoper van de Bruna slijt zijn eerste weekendkrant. Voor het overige een enkele matineuze passant. Ik wacht voor een gesloten deur. De deur van de Salon van Diemen, mijn kapperszaak. Ontbeten heb ik nog niet, dus ik eet een boterham die ik van huis heb meegenomen. De Turkse groenteboer kijkt me wat meewarig aan. Je hoort hem denken: wat doet die man daar? Het antwoord luidt: ik wil als eerste geknipt worden vandaag. Geknipt door Oepke!



Mijn keuze voor een kapper verloopt net als die voor een tandarts. Je gaat er een keertje heen, bijvoorbeeld voor een spoedbehandeling en je gaat er tot je eigen verrassing nooit meer weg. Zo moet het bij Oepke ook gegaan zijn. Vraag me niet wanneer en waarom. Maar waarschijnlijk had ik een lichte onvrede bij mijn vorige kapper. ‘Geknipt worden’ was daar een verplicht nummer, een onderdeel van je ‘to do’-lijstje. Geknipt worden door Oepke is een belevenis, iets waarop je je kunt verheugen. Dat heb ik niet alleen, dat heeft ook mijn zoon. “Binnenkort weer naar Oepke” zegt hij met een glimlach en we begrijpen elkaar.


Die belevenis begint al om half negen als de deuren van de salon opengaan. Grote witte banken waar je op kunt neerploffen. Voortreffelijke koffie. Een weldadig begin van het weekend. De vermoeidheid van de afgelopen week zit nog in je lijf en lost heel traag op. De telefoon rinkelt met een zekere regelmaat. Klanten van wie er velen door Oepke behandeld willen worden. De klok kruipt naar negenen. Dan weet je dat je haren elk moment gewassen kunnen worden. Achterover met je hoofd in de wasbak, heerlijk stromend warm water, een gevoel een massage te ondergaan, je ogen dicht om te genieten. Met een handdoek om je schouders, terwijl er nog druppels naar beneden vallen, kom je vervolgens in handen van Oepke. Grote handen. Zeker zijn eerste ingrepen voelen als van dik hout.


Het geheim van Oepke

Waarin schuilt het geheim van Oepke? Moeilijk te zeggen. Touch, de sfeer, de vertrouwdheid, de aandacht, het je belangrijk voelen. Oepke spreekt je consequent met je voornaam aan. Oepke is een Friese jongen. Uit Bolsward. Hij vertelt liefdevol over zijn ouders. Die moeten hem een warm nest hebben gegeven. En nog steeds, want hij komt er ook nu nog regelmatig. Hij informeert ook naar jouw leven en deelt zijn worstelingen met dit aardse bestaan. Vroeger vijf dagen werken, dat is nu te veel. Op zoek naar de balans in zijn leven heeft hij nu een vrije dag in de week.
 
 
Niet te kort, Oepke
 
Licht besmuikt merkt hij op dat ik mijn nekharen weer eens te hoog heb opgeschoren. Oepke geeft dan een prettige reprimande en herstelt de schade. Als een vakman. Niet dat ik veel kennis heb om dat te beoordelen. Evenmin heb ik een uitgesproken mening over hoe mijn haren moeten vallen. Meestal zijn het toch de instructies van het thuisfront die ik aan Oepke overbreng. “Niet te kort, Oepke, dat is het belangrijkst”. Oepke verknipt zich nooit. Als het kapsel zijn voltooiing nadert, richt hij zijn borst naar voren. Hij gaat kaarsrecht staan en wrijft de gel in je haren. Vol trots laat hij in de spiegel de achterkant van je kapsel zien. Ik weet niet goed of hij van het compliment geniet of dat hij het routinematig in ontvangst neemt.

 
Sterkte, Oepke!

Geblesseerd voor langere tijd. Aan zijn schouder. Dat kreeg ik onlangs te horen toen ik de salon bezocht. Dat moet pijnlijk voor hem zijn. Zowel letterlijk als figuurlijk. Mijn zoon en ik wilden nog een afspraak met hem maken voor het knippen van de Pellè-coupe. Dat zou Oepke wel willen proberen, zei hij een tijdje terug. “Die noemen wij de crisis- of de jaren vijftig coupe”. Had hij nog nooit geknipt, maar hij probeert wel eens wat nieuws door goed naar kapsels op televisie te kijken. Ik wens Oepke sterkte. Dat hij snel de Pellè-coupe bij mijn zoon mag knippen!


Paul Strijp, 27 februari 2014

woensdag 12 februari 2014

Annemieke van Dam, de vrouwelijke Socrates


 

Vooral jonge medewerkers krijgen wel eens genoeg van mij. Vaak voelen zij zich onzeker als ze een nieuwe klus moeten aanpakken waarvoor ze inhoudelijke kennis missen. Ik houd hen dan voor dat die kennis niet altijd nodig is. Met het stellen van vragen kun je ook een heel eind komen. “Oh neen hè, je komt nu toch niet weer met die Annemieke van Dam als voorbeeld”, repliceren zij steevast.



Die zin weerspiegelt mijn professionele bewondering voor haar. Annemieke van Dam is de koningin van het vragen stellen. Beter: de vrouwelijke Socrates. Zij bedient zich van slechts één wapen. Maar dan wel een dodelijk wapen. Het stellen van vragen. Gevolgd door luisteren en nog eens luisteren. Voortdurend op zoek naar onderliggende waarden en opvattingen. Naar achterliggende mechanismen: wat is hier gaande? Om vervolgens messcherpe conclusies te trekken. En mensen op een uiterst charmante manier te fileren als dat nodig is.


Te perfect 

Annemieke gaat ons verlaten. En dat is werkelijk zonde, want Annemieke is een icoon. De afgelopen jaren maakte ik haar drie keer intensief mee. De eerste keer was in de periode dat zij leiding gaf aan een aantal stevige projectleiders in het ruimtelijk domein. Zwaargewichten zogezegd. Moeiteloos hield zij zich staande. Als neerlandica. Ik herinner me dat ik ademloos toekeek. Hoe doet ze dat toch? Haar recept was simpel. Luisteren, samenvatten en ondersteunen. “Hoe kunnen we je helpen?”. Een vraag die doorgaans toch niet al te vaak gesteld wordt. En vooral niet te veel schermen met inhoudelijke kennis, die leek ze niet interessant te vinden. Bij haar afscheid van die periode gaf ik haar een kwartet. Hoe dat precies uitzag, weet ik niet meer. Maar de essentie was dat Annemieke –behalve de veelgeprezen open vragen- ook in staat was om vileine half open, gesloten en suggestieve vragen te stellen. Gelukkig maar. Dat maakt haar mens. Haar enige tekortkoming is haar gemis van een tekortkoming. Soms vond ik Annemieke te perfect. Ik gun haar een onvolkomenheid. De afgelopen jaren heb ik die niet kunnen ontdekken. Misschien moet ze af en toe stotteren.

 
Van de kaart

De tweede keer dat ik met haar te maken kreeg was tijdens een intensieve postdoctorale studie. Annemieke had die één jaar eerder afgerond. En wéér bood ze aan te helpen. Gretig nam ik die hulp in ontvangst. Dat had ik beter niet kunnen doen. Annemieke was vlijmscherp met haar vragen over de concepteindversie van een rapport dat ik samen met een aantal andere studenten had gemaakt. Ik was van de kaart, hier was geen redden meer aan. Naar mijn groepsgenoten kon ik alleen maar stamelen: “Op mijn werk ken ik iemand die heel goed vragen kan stellen. En die heeft ons rapport gelezen. En de situatie is redelijk dramatisch”. De anderen keken mij glazig aan. Wat was er met Paul gebeurd? Uiteindelijk kwam het allemaal goed, we wonnen zelfs een prijs voor het beste rapport. Onze begeleider liet zich ook nog ontvallen dat dit het beste rapport ever ooit was. Daarmee diskwalificeerde hij impliciet het rapport van Annemieke van een jaar eerder. Die klap is zij nog steeds niet te boven.

En dan onlangs nog. Ik mocht een tweedaagse van haar managementteam leiden. Met speels gemak, ontspanning en de nodige relativering wist zij haar managers te binden. Ondertussen akelig goed voor ogen houdend wat aan resultaten van haar verwacht werd.


Juiste vrouw op verkeerde plek

Annemieke wordt directeur Bedrijfsvoering bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Hierin schuilt haar tragiek. Zij wordt daar helaas de juiste vrouw op de verkeerde plaats. Annemieke verdient een functie in het primaire proces. In de opvang en de ondervraging van vluchtelingen en asielzoekers. Met de haar kenmerkende mix van empathie en zakelijkheid weet zij als geen ander de economische gelukszoekers te scheiden van de echte vluchtelingen. Moge de leiding van de IND spoedig tot dit inzicht komen.

 
Paul Strijp, 6 februari 2014